De explosie van de dollar

De explosie van de dollar

Obligaties met een langere looptijd vertonen normaal gezien een hogere rente dan die met een kortere looptijd. Dat is logisch, omdat die met een langere looptijd in meer blootgesteld zijn aan het allerbelangrijkste risico voor obligaties: de mogelijkheid dat de rente met een ruk de lucht in schiet. Een obligatie, gekocht aan 2% wordt bij een marktrente van 3% een stuk minder waard. Dat wordt dus gecompenseerd door een iets hogere rente.

Langere looptijden hebben dus normaal hogere rentevoeten, en kortere, die hebben lagere. Neem je ze allemaal samen in één grafiek, dan bekom je een zogenaamde “yield curve”, waarbij, hoe groter de looptijd zich van de oorsprong van de grafiek bevindt, de curve meer en meer oploopt. Die rendementscurve – laten we Nederlands gebruiken – is voor obligatiehandelaars dé tool bij uitstek om hun risico in te schatten.

Maar er is wat aan de hand met die rendementscurve. Ze wordt steeds vlakker. De rentes op langetermijnobligaties zakken, terwijl die op kortetermijnobligaties stijgen. Dat is curieus. Dat zou op het eerste zicht kunnen betekenen dat men op de lange termijn minder risico ziet op een fikse renteverhoging, en dat men net op de korte termijn die renteverhoging wel verwacht. Maar dat is buiten die ene andere factor gerekend, als het over effectenhandel gaat: liquiditeit.

Verschillende obligatiehandelaars geven aan dat er in de obligaties met langere looptijden simpelweg niet genoeg liquiditeit meer is om nog tot een prijs te kunnen komen. Bid en Ask vinden elkaar niet meer. Daar sta je dan met je ietwat hogere rente die zogezegd het risico van een plotseling stijgende rente moet accomoderen: dat risico mag dan wel ingedekt zijn, maar je obligatie aan de straatstenen niet kwijt kunnen is alvast niet meer uit te drukken in procenten.

Het enige wat de markt nog wil is obligaties met korte looptijd, en om die nog te kunnen bekomen, moet men dus tegen elkaar opbieden: hogere meerwaardes betalen voor schuldpapier op de korte termijn. Dat maakt op zijn beurt dat de uitgifte van kortlopend schuldpapier, zélfs tegen hogere rentes dan het langer-lopend schuldpapier, raar genoeg weer rendabel wordt. In een vrije markt zou je dat nooit zien. Maar goed, we leven niet in een vrije markt.

Het sluipende gevaar is het volgende: de voornaamste reden dat het geld uit langerlopend papier loopt en in korterlopend papier, zijn de steeds hogere rentes die de Fed aan de markt oplegt. Hoe verder die nu nog stijgen, hoe meer geld zich in de kortetermijnmarkt zal begeven, tot ook daar de geldhoeveelheid zich zo danig gaat ophopen dat de waarderingen ook daar – voor kortlopend schuldpapier – absurd hoog zullen zijn.

De grote vraag is dan: waar kan die enorme geldstroom nog heen? Naar papier op lange termijn kan het niet meer, want dat krijg je aan de straatstenen niet kwijt. Naar goud al helemaal niet, want die markt is veel en veel te klein. Er is eigenlijk maar één echte optie: het geld om te zetten in het meest kortlopende schuldpapier ter wereld: de US Dollar. Dat heeft een maturiteit van nul, en de potentiële waarde is oneindig. Ik verwacht dus een explosie van de dollarkoers, geen implosie.

Meer analyses, leugens, twijfels, waar- en onwaarheden over het monetaire stelsel treft u aan in de nieuwsbrieven op de website van MACRO Trends.

Brecht Arnaert

Brecht Arnaert

Brecht Arnaert is als monetair expert verbonden aan de Universidad Rey Juan Carlos te Madrid, en is sinds november 2013 de hoofdredacteur van MACRO Trends. Onder zijn leiding is het blad verschoven van een blaadje over goud en goudmijnaandelen, naar een gedegen blad over de gevaren van het monetaire systeem, en hoe zich daarop voor te bereiden. De analyses van Brecht Arnaert zijn op zijn zachtst gezegd controversieel, maar zetten u als belegger aan tot denken over de enorme risico's die u loopt. Risico's die u kan vermijden indien u zijn raad opvolgt.